Horst aan de Maas: in buitengebied is woningsplitsing niet toegestaan
De woningnood in Nederland blijft nijpend. Volgens consumentenprogramma Radar kan het splitsen en delen van bestaande woningen tot wel een half miljoen extra woonplekken opleveren. Toch daalt het aantal woningsplitsingen al jaren, omdat veel gemeenten het proces afremmen.
“Het splitsen van woningen kan honderdduizenden extra huizen opleveren. Maar het komt maar niet van de grond,” aldus Radar.
Beperkingen in buitengebied
In Horst aan de Maas wordt naast nieuwbouw gekeken naar alternatieve oplossingen. In de dorpen is woningsplitsing toegestaan, waardoor meerdere huishoudens een plek kunnen vinden binnen bestaande woningen. Ook zijn er mogelijkheden voor mantelzorgwoningen en onder voorwaarden voor zogenoemde pré-mantelzorgwoningen.
In het buitengebied ligt de situatie anders. Daar is splitsen niet toegestaan vanwege landelijke regels rond geur- en spuitzones. De gemeente benadrukt dat zij belangen zorgvuldig moet afwegen: ruimte voor nieuwe woningen versus bescherming van ondernemerschap en leefomgeving.
Grote rem
Radar stelt dat juist gemeentelijk beleid een grote rem vormt op het benutten van woningsplitsing als oplossing voor de woningnood. Het programma vraagt zich af: “Wat gaat er mis?”.
Wethouder Robert Martens reageerde na zijn interview met Radar: “Helaas zijn van het interview [..] maar enkele uitspraken overgebleven. Omdat er veel suggestieve zaken nu naar voren komen over de casus in Sevenum wil ik dit wel in het juiste perspectief plaatsen."
Wet- en regelgeving
Volgens Martens heeft de betreffende initiatiefnemer vier keer een gratis informatieverzoek ingediend. Deze zijn beantwoord binnen twee weken met de algemene mogelijkheden. "Voor een goede beoordeling is echter een conceptaanvraag nodig", aldus Martens. "Tot op heden hebben wij geen aanvraag ontvangen. Als wethouder ben ik verantwoordelijk om alle belangen zorgvuldig af te wegen. Daarom kijken we goed naar de wet- en regelgeving, maar denken we ook graag mee als er een aanvraag wordt ingediend.”
Martens benadrukt dat de gemeente bereid is mee te denken, maar dat initiatiefnemers zelf een formele aanvraag moeten indienen om tot een beoordeling te komen.
---
Bericht door: Geert Versleijen