Verdwijnt de allerlaatste dorpskroeg uit Meterik?

Meterik heeft nog één café. Café Kleuskens is al generaties lang een vaste plek in het dorp: voor een pilsje na de sport, kaarten, biljarten, carnaval, een darttoernooi, friet door het luikje of gewoon om even onder de mensen te zijn. Maar na veertig jaar achter de bar kijken Ger en Irene Kleuskens echt uit naar hun pensioen. Richting een nieuw hoofdstuk. 

En dat raakt het dorp.

“Ik moest altijd meehelpen”

Voor veel mensen is het simpel: Ger ís het café. Maar het verhaal begint veel eerder.

Ger groeide op in het café van zijn ouders. “Ik moest altijd meehelpen. Terwijl mijn vrienden op hun brommer overal naartoe gingen, stond ik hier.” Het was niet altijd makkelijk. Wij trouwden in 1983 en gingen wonen op de boerderij van de familie Kleuskens. Irene had een heel andere achtergrond. Ze werkte in de zorg, zes halve dagen per week. “Maar het café trok me al van jongs af aan. Vanaf mijn achttiende hielp ik bij Kleuskens: slaatjes maken, snoep verkopen.” Het café was geen bijzaak, het was een passie. Samen namen ze eerst zeven maanden het Kruuspunt over. “Dat was eigenlijk een geslaagd experiment,” zegt Irene. “We stonden samen fulltime achter de bar.” Toen bij Kleuskens opnieuw een uitbater werd gezocht, de vorige was gestopt en het café kende een terugloop, was de stap logisch. “In een dorpscafé hangt het er erg vanaf wie er achter de bar staat,” zegt Ger. “Dat hebben we toen gemerkt.”

Hier hebben we geen passanten, maar vaste gasten

Wat Café Kleuskens tot zo’n onmisbare plek maakte, is moeilijk in cijfers te vangen. “In een grote plaats heb je passanten,” zegt Irene. “Hier heb je vaste gasten. Daar bouw je een band mee op.” Jong en oud kwamen er over de vloer. Ger voetbalde zelf, kende de club, de spelers. Kinderen kwamen met carnaval als dansmarietje of bij de Raad van Elf, later stonden ze zelf aan de bar. “Je ziet generaties opgroeien.” Het café groeide mee met het dorp, en vooral met de jeugd. “Ik kan lachen om hun streken,” zegt Irene. “Ze mogen hier altijd hun eigen playlist maken. Zij weten wat leeft. We bedachten activiteiten mét hen.” Hier vind je dartavonden, kaartclubs, de AMC-zangers, spijkerbroekhangen, biljarten, carnaval, voet- en volleyballers, wandelaars, de Zondag chill club. “Dat is het mooiste: meebewegen met de mensen.” En dan waren er de reizen. Wat begon met een uitstapje naar de brouwerij, groeide uit tot stedentrips door heel Europa. Praag, Porto, Boedapest, Barcelona, Sevilla, Dublin, meer dan twintig jaar lang verzorgden we reizen voor onze gasten. “Op het hoogtepunt gingen er vijftig mensen mee. Een volle bus. Onvergetelijk.”

Waarom nu stoppen?

Het caféleven kent ook een keerzijde. “Sluitingstijd is altijd lastig,” zegt Ger. “Er moet een einde aan komen, maar als mensen gedronken hebben, kennen ze de klok niet meer.” Van de andere kant waarderen ze het dat er duidelijkheid is.  De coronatijd was zwaar. Geen contact met gasten, een leeg café. “Dat was een groot gat.” Tegelijk was er steun: mensen kwamen voor de frituur, stuurden kaartjes, bleven het café trouw. De beslissing om te stoppen is geen breuk, maar een afronding. “We willen nog genieten van de oude dag,” zegt Irene. “De leeftijd speelt mee, fysiek ook.” Ze willen zelf nog meedoen in de maatschappij, bij een club, onder de mensen. Tijd hebben voor de kinderen en kleinkinderen. Zelf op vakantie, zonder gasten. “Veertig jaar is mooi geweest,” zegt Ger. “Je moet steeds meer activiteiten verzinnen om het café vol te krijgen. Dat kost op deze leeftijd te veel moeite. Het contact met de jeugd gaat nog steeds heel goed alleen wordt de afstand in leeftijd steeds groter. We willen stoppen vóór het een opgave wordt.”

Het raakt het dorp

Dat het café misschien verdwijnt, raakt Meterik. “Je merkt dat het leeft,” zegt Irene. “Niemand wil dat het verdwijnt. Wij ook niet.” Over vijf jaar bestaat Kleuskens honderd jaar. Een mijlpaal die niemand zich zonder café kan voorstellen. Tegelijk is er de zakelijke realiteit. Een traditioneel dorpscafé is moeilijk rendabel te maken voor wie het nu overneemt . “De wensen van gasten zijn veranderd,” legt Ger uit. “Er moet eten bij. Dat betekent een transitie naar een andere soort zaak die wij niet meer gaan doen.” Of je moet er een echt feestcafé van maken, veel ondernemen. Ook dat gaan wij niet meer doen. “Met alleen de tap red je het niet als je te maken krijgt met overnamekosten.” Dat maakt de stap groot.

Balans tussen gevoel en realisme

Ger en Irene zoeken bewust naar een balans tussen gevoel en realisme. Ze schakelden een advies- en trainingsbureau in om de mogelijkheden zorgvuldig en zakelijk door te rekenen. “Er zijn zeer zeker opties,” zeggen ze, “maar we weten ook eerlijk gezegd nog niet waar dit precies op uitkomt.” Er loopt nog een gesprek met één geïnteresseerde overnamekandidaat. Tegelijkertijd wordt gekeken wat een realistische verkoopprijs is: niet de hoofdprijs, maar een bedrag dat recht doet aan het pand én aan de wens om het café als dorpscafé te behouden.

Een coöperatief café als één van de scenario’s

Daarnaast wordt er vanuit het dorp onderzocht of een coöperatief café tot de mogelijkheden behoort. In dat scenario wordt het café niet overgenomen door één ondernemer, maar door meerdere of heel veel dorpsgenoten samen, die gezamenlijk investeren en verantwoordelijkheid dragen. De dagelijkse exploitatie kan daarbij in handen blijven van een uitbater, terwijl eigenaarschap en betrokkenheid in het dorp verankerd zijn. Op dit moment wordt dit model serieus doorgerekend, maar de uitkomst is nog onzeker.  

Drie maanden ruimte

De gesprekken met de laatste overnamekandidaat en de verkenning van een groep dorpsgenoten die berekent of een coöperatief café kan, krijgt ongeveer drie maanden de tijd. Ontstaat er in die periode geen duidelijk en haalbaar perspectief, dan gaat Café Kleuskens na bijna honderd jaar in de openbare verkoop. Of het café dan nog een echte dorpskroeg blijft, is de vraag. Een woning, meerdere appartementen of een heel andere horecabestemming liggen het meest voor de hand.

Een dorp in verandering

In veertig jaar is Meterik veranderd. Meer nieuwkomers van buiten het dorp. Minder mensen verdienen nog hun boterham in Meterik zelf. Een forensendorp wordt het. Mensen leven meer op zichzelf. Jongeren drinken later, vaker thuis of in keten. Werken in de horeca is minder aantrekkelijk door de tijden. “Ze kunnen overal werk krijgen,” zegt Irene. “En kiezen wat het best past.” Toch blijft één ding constant: “De jeugd wil nog steeds naar het dorpscafé. Ze gaan alleen later.” Wat Ger en Irene hopen? “Realistisch gezien weten we het niet,” zegt Ger. “Maar als ik mag dromen, blijft het café bestaan zoals het is. Met een frietluikje tussen de friture en het café dat al stamt uit 1961. Uniek! Als een manier van leven.” Gastvrijheid, cafétaal spreken, dicht bij de mensen staan. “Een dorpscafé runnen om snel rijk te worden gaat niet,” zegt Irene. “Het is een ambacht. Het vraagt tijd, liefde en vakmanschap. En dat moeten twee mensen samen doen. ”De vraag is nu: blijft deze plek wat ze altijd was? Of wordt ze iets heel anders? De komende drie maanden worden beslissend. Voor Ger en Irene. En voor Meterik.

---
Bericht door: Redactie

advertentie