Column: hersenspinsels
Ik geef mijn hersenspinsels - en dat zijn er nogal wat - graag een plek op papier. Het is mijn manier om te ventileren, om te ordenen. Verreweg de meeste schrijfsels houd ik voor mezelf. Mijn hoofd kun je omschrijven als een wirwar van ingewikkelde gedachten, bizarre ideeën en wilde plannen. Er gebeurt bijzonder veel moois en fijns daarboven maar ik heb ook weleens last van een moeizaam werkende hersenpan. Op zulke momenten pak ik een notitieblok uit mijn tas en begin ik driftig te schrijven. Staat het op papier, dan is het uit mijn hoofd. Als ik ooit tussen zes planken lig - want dood gaan we allemaal - ga je dagboeken vol filosofische overwegingen en hersenspinsels tegenkomen. Of ik er vrienden mee maak? Dat krijg ik dan gelukkig niet meer mee. Bovendien zit iedereen toch al braaf op een bankje in de kerk te wachten, voordat er voorgelezen wordt uit mijn dagboek.
Lieve briefjes
Schrijven is voor mij ook een mooie manier om te delen. Een manier om verbinding te maken met de ander. Er is geen (ex-)vriend geweest die geen liefdesbrief of handgeschreven kaartje van mij ontvangen heeft. Ik ben zo’n kleffe romanticus die stiekem lieve briefjes in je werktas of broodtrommel stopt. Schrijven is mijn manier om te laten zien dat je belangrijk voor me bent, dat ik dankbaar ben voor onze relatie.
Tegenwoordig kan ik goed ‘sorry’ zeggen als ik iets gezegd of gedaan heb wat niet door de beugel kan - al zal mijn vriend dit tegenspreken - maar vroeger vond ik dit heel lastig. Als klein meisje maakte ik weleens (lees: vaak) ruzie met mijn moeder. Achteraf had ik daar natuurlijk spijt van en dus bood ik mijn excuses aan via een post-it. Je weet wel, zo’n plakkerig fluorescerend roze, geel of groen papiertje. Verder dan “Sorry mama” kwam ik vaak niet, maar toch. De post-it plakte ik vervolgens op de koelkast of op het aanrecht. Mijn moeder schreef altijd een keurig briefje terug. De schat. Lag er ’s ochtends een envelop op mijn nachtkastje met een -X- erop. “Ik weet toch dat je het zo niet bedoelde” stond er dan.
Sanne Noorman
---
Column door: Redactie